‘En vergeet niet de antenne van uw auto te doen voor dat je binnenrijdt, hé Ann!’
‘Maar neen!’
Eenmaal aangekomen aan de carwash heb ik geduwd, getrokken, gedraaid, gevloekt, nogmaals geduwd, en lang getwijfeld of ik hulp zou gaan vragen alvorens toch maar - met een vuil Eitje - af te druipen.
Ze kunnen het toch niet serieus menen dat ik constant met een kruistournevies kruisschroevendraaier in m’n auto moet rondrijden voor als ik eens naar de carwash wil?
Morgen bij daglicht ga ik nog eens duwen, trekken, draaien en vloeken en dan toch maar die vijsjes losdraaien om het ding eraf te krijgen.
Thuis vonden ze het hoogst vermakelijk:
‘Is uw auto nu eindelijk proper?’ (Met serieus wat nadruk op de ‘eindelijk’.)
‘Neen, de antenne wou er niet af. Alles geprobeerd, maar volgens mij heb ik een kruistournevies nodig.’
‘En waarom heb je niet om hulp gevraagd?’
‘Jama, daar stond een heel rij achter mij, en als ik mijn auto stilleg kunnen die allemaal niet voort terwijl ik om een schoevendraaier ga. Ja, euhm, sorry, meneer, maar ik zou niet weten hoe ik mijn antenne van mijn auto krijg.’
‘Had dat dan aan de auto achter u gevraagd, je bent een vrouw, maak daar dan gebruik van.’
‘Juist daarom niet! ‘t Is weer een vrouw, was het laatste wat ik wou horen en/of bevestigen.’
De eerste die uitvond hoe hij posten in m’n autoradio kon programmeren, een Freedommeke trakteren, dat ging nog juist, maar een autoradio met al die knopjes is een stuk ingewikkelder dan een antenne van een auto halen, niet?
Daarna nog het verkeerde sluipweggetje genomen waardoor ik vlakbij de Bogaard uitkwam.? Daar hebben we het nog eventjes gehad over de wet van Murphy en alle andere gebeurlijke ongevallen.? Niet meer gestart geraken in de rij voor de autokeuring zodat de mensen je auto terug in gang moeten duwen, blij dat ik het niet was die dat meemaakte.