Een meer dan passend cadeautje dat ik een tijdje geleden van Paul heb gekregen. Hij heeft het op zijn beurt uit een klankkast van een gekregen gitaar gevist. Een biechtspiegel voor studerende meisjes uit 1961! Het was gewoon té toepasselijk. =:)
Geen huis blijft net zonder regelmatige schoonmaak. Ook mijn lichaam moet ik regelmatig wassen en opfrissen. Waarom mijn ziel niet regelmatig reinigen? - Bij wie uit de biechtstoel komt, blijft geen enkele schuld meer over. Niets maakt zo blij als de biecht. en Voordelen van de veelvuldige biecht: groei van de zelfkennis - nederigheid - overwinning op het lagere - tegenvergif voor onverschilligheid en lauwheid - volledige zuivering van het geweten - versterking van de wil - zieleleiding - genadegroei (naar Pius XIII). zorgen ervoor dat ik vind dat ik misschien toch eens een poging moet wagen.
Hier gaan we dan:
Zegen mij, Vader.
Ik ben 22 jaar oud.
Ik studeer.
Ik kom niet met de trein naar school, noch ben ik met vakantie.
Mijn laatste biecht is een eeuwigheid geleden.
Ik beschuldig mij over de volgende zonden.
Tegegenover god: Ik was onverschillig tegenover God en godsdienst. Ik was lauw. Ik twijfelde aan het geloof. Ik had geen vertrouwen op God. Ik was niet godvruchtig. Ik liet mijn gebeden na (’s morgens, ’s avonds, voor en na eten…). Ik volgde de Mis niet goed, kwam te laat (de zondagsmis?). Ik verrichtte zonder noodzakelijkheid lange en vermoeiende handenarbeid op zondag (Hej, dat het ook graag anders!!!). Ik begin heiligschennis. Ik heb de Naam van God oneerbiedig uitgesproken. Ik spotte met God en godsdienst, met Godgewijde personen en zaken. Ik studeerde onvoldoende mijn godsdienst. Ik las boeken en kranten, die gevaarlijk zijn voor mijn godsdienstige overtuiging (idem voor radio en T.V.). …
Tegenover mijn oversten: Ik was ongehoorzaam, opstandig, kritisch. Ik was oneerbiedig en onbeleefd. Ik spotte met het gezag. Ik was niet open en oprecht tegenover ouders en oversten. Ik bemin mijn ouders niet genoeg, ik bewijs hun geen diensten genoeg, leef in conflict met hen. Thuis ben ik niet vriendelijk genoeg. Op school verspreid ik geen goede geest.
Tegenover mijn naaste: Ik ben egoïst. Ik was niet liefdevol.Ik weigerde gevraagde diensten. Ik spreek kwaad, koester kwade vermoedens (en terecht!!!). Ik deed kwaad aan anderen. Ik maakte mij kwaad op anderen. Ik was ruw (Rofl. Je wilt niet weten waar ik nu aan denk!). Ik was niet steeds oprecht. Ik lieg soms. Ik voed antipatie en afkeer. Er zijn meisjes met wie ik niet wil spreken. Ik ben niet voornaam. Ik was onwelleevend. Ik was onrechtvaardig. Ik verspilde het geld van m’n ouders. Ik gebruikte mijn zakgeld (en nu zuurverdiende centjes) voor nutteloze dingen. Ik beschadigde andermans zaken (langs den andere kant, ik had voorrang!).
Tegenover mijzelf: Ik was hovaardig, ijdel, trots, koppig… Ik was jaloers, overgevoelig, nukkig… Ik was willoos en slap. Ik was lui. Ik was traag bij het opstaan. Ik ging te laat naar bed. Ik ontzie de last en breng moeilijk een offer. Ik heb geen orde. Ik ben niet proper en net genoeg. Ik zorg niet goed voor mijn zaken. Ik was gulzig, snoepte (rookte) te veel, gaf toe aan weekheid… Ik was zinnelijk in mijn gedachten, dromerijen, verlangens. Ik was onzedig in mijn blikken, aanrakingen, houdingen. Ik was te vrij met mijn lichaam. Ik deed volledige onkuisheid (alleen - met jongens - met meisjes). Ik was uitdagend en te vrij in mijn kledij. Ik was lichtzinnig in mijn omgang met jongens, ik was niet ernstig, deed aan flirt. Ik hield lichtezinnige gesprekken. Ik was onvoorzichtig in mijn lectuur, ging naar een film kijken die niet voor mij was (af te raden! te mijden!), kijk naar storende T.V.-voorstellingen. Ik bood te weinig weerstand aan de bekoringen tegen de kuisheid, speelde ermee. Ik gaf ergernis (hoogst waarschijnlijk! ;)).
Tegenover mijn staat: Ik deed mijn plicht niet in de klas, in studie. Ik onderhield onvoldoende de tucht, de stilte. Ik leerde mijn lessen niet, niet goed. Ik maakte mijn werk niet, niet goed. Ik studeer niet regelmatig. Ik heb mijn plicht ontdoken. Ik bereidde mijn examens onvoldoende. Ik studeer niet grondig genoeg. Ik doe nooit, niet genoeg aan apostolaat (c’est quoi?) Ik brak soms apostolaatswerken af of maakte ze belachelijk (Bush heeft niets te zoeken in Irak!) Ik nam een kritische houding aan tegenover de katholieke jeugdbeweging (Chiro, cacao, afgelekte … ;)). Ik ben niet genoeg bekommerd om de Kerk, om het missiewerk, om de zielen en doe er niet genoeg voor.
Na de biecht:
Penitentie:
Iemand suggesties? :D
Dank:
Mercikes. ‘k Voel me al een stukje blijer. Rofl zegt het misschien beter.
Voornemen:
Druk mee bezig.
Gebed om volharding:
Hmm. Nutteloos.
Magnificat anima mea Dominum! (Mijn ziel maakt groot!)
Het moderne meisje leeft hygiënisch en wil mooi zijn. De biecht is zielshygiëne en geeft zieleschoonheid. BIECHT BEROUWVOL EN DEEMOEDIG!
Misschien moet ik nog een beetje werken aan dat berouwvol en deemoedig. :d
Voor als je ‘t zelf eens wilt proberen (sorry, ik heb enkel de ’studerende meisjes’ versie):

